Waarom doe je zoals je doet…

…. en wat denk je ermee te bereiken.

Afgelopen maandag had ik een heel inspirerend gesprek. Nou ja, kan een gesprek inspirerend zijn? 🤔 Ik raakte geïnspireerd.

In mijn werk probeer ik steeds weer nieuwe uitdagingen te vinden. Die uitdagingen zitten niet alleen in steeds weer nieuwe dingen ontwikkelen, maar ook tijdens trainingen mensen proberen te bereiken. Ik wil dat mensen iets meenemen als ze naar buiten gaan. Wat het ook is: een stuk kennis, vertrouwen, inzicht, motivatie, begrip, inspiratie… noem het maar. Mensen komen naar mij toe, komen in mijn groep en hebben verwachtingen.

Het liefst heb ik mensen die zich zelf ingeschreven hebben voor een bijeenkomst. Die bewust die keus gemaakt hebben. Waarom? Omdat deze mensen de lat hoog leggen voor mijzelf. De verwachtingen zijn vaak hoog omdat ze ‘erover’ gehoord hebben of iets gelezen hebben of omdat het onderwerp ze enorm aanspreekt.

Ik neem ze dus mee in een ‘ander’ level. Dit omdat de beginsituatie vaak zo divers is. Een rondje vooraf: “wat wil je halen” is dan ook essentieel. Want mensen die uit zichzelf komen kunnen mega veel kennis hebben en het willen spiegelen of juist nieuwsgierig zijn en zich nog nooit verdiept hebben in het onderwerp.

Dat betekent voor mij dat ik een enorme helikopterview moet hebben. Verbanden kunnen leggen, snel schakelen. Het zijn bijeenkomsten waar ik heel scherp ben en na 3 uur ook helemaal leeg ben. Meestal met een goed gevoel 🙂

De groep die ‘verplicht’ naar mijn bijeenkomst moet komen is vaak minder gemotiveerd. En dat is logisch. Het is wat Karin de Galan beschrijft: je moet die mensen ‘pijn’ laten voelen, de glijbaan afduwen. Het zijn ook de groepen waar ik niet meer vraag ‘wat ze willen leren’, maar dat we allemaal in hetzelfde schuitje zitten: we zitten hier 3 uur met elkaar, laten we er alsjeblieft samen iets moois van maken.

Nu vind ik ‘pijn’ negatief uitgedrukt, maar het is wel waar. Het is mijn taak om ze naar buiten te krijgen en dat ze iets meegenomen hebben. Vroeger vond ik deze groepen het ‘lastigst’ – maar nu helemaal niet meer. Ik weet dat het geen vrije keuze is, ik weet dat ik een opdracht heb en ik heb daarvoor een gouden werkvorm voor ontwikkeld de afgelopen jaren: “waarom”

Het lukt mij trouwens alleen maar als ik zelf meer dan 110% gemotiveerd ben. Daar zit die ‘uitdaging’ voor mij ook weer in, want als ik 5x dezelfde bijeenkomst moet doen zakt dat snel naar 0% – dus ik blijf mezelf ook steeds uitdagen op dat vlak: hoe houd ik de training voor mezelf ook leuk.

En dat is het spel. Mezelf motiveren om anderen te motiveren. Want eerlijk: training geven is een spel. En fascinerend spel.

Terug naar mijn afspraak van maandag.

Deze man, brandweerinstructeur, bleek exact dezelfde ideeën te hebben over trainingen als ik heb. Het zou in eerste instantie een oriënterend gesprek zijn om te kijken of we iets voor elkaar zouden kunnen betekenen maar het was gelijk raak. In zijn vakgebied had hij veel te maken met ‘standaard’ (herhalings) trainingen en protocollen. Waarbij mensen eigenlijk ‘afgestompt’ werden en het verplichte nummertje weer ondergingen.

Maar wat hij zich afvroeg: als de nood aan de man is. Stel er is brand of een noodsituatie: wat doen de deelnemers dan? Gaan ze de protocollen volgen of handelen ze omdat ze inzicht hebben?

Ik had het afgelopen jaar hetzelfde met mijn acute zorg trainingen (EHBO). Mensen leren keurig hoe ze om moeten gaan met verslikkingen, verstikkingen en hartaanvallen maar hoe gaat het in de praktijk?

Waarom?

Veranderen van gedrag door deelnemers bewust te maken. “Waarom doe je dat?” – Deze match lag binnen vijf minuten op tafel tijdens ons gesprek. Dat was de klik.

Want deelnemers kan je motiveren, verrassen, interesseren, prikkelen, nieuwsgierig maken, betrokken laten raken door ze te vragen wat ze doen en waarom ze het doen. Dan krijgt zelfs de minst gemotiveerde deelnemer lichtjes in de ogen.

Uiteraard. Met alleen ‘waarom’ ben je er niet. Het is ook de toon, de entourage, de trainer. Want je moet wel lef hebben. Want waarom vraagt ook dat je de kennis hebt, het uit kan leggen en ver, ver boven de stof staat. Je moet verbanden kunnen leggen en inzicht geven.

In feite ben je dan niet zozeer bezig met kennisoverdracht, maar je zet deelnemers ‘aan’. In de denkmodus. Dat betekent ook dat je niet het verplichte lijstje af moet werken zoals de powerpoint voorschrijft (dat mag trouwens nooit). Je moet de groep aanvoelen en durven loslaten. Niet je boodschap, maar de hoofdstukken in je verhaal. Het lijkt als surfen (ok, het is een metafoor, want ik kan helemaal niet surfen).

Wij gaan ontwikkelen. Hij vanuit zijn expertise en vakgebied, ik vanuit de mijne. We gaan scenario’s uitwerken en vanuit die scenario’s ons verhaal ‘vertellen’. Dus real life storytelling 🤗 We gaan de deelnemers laten beleven en willen dat ze zich competent voelen. Want dan krijgen we de volgende keer heel gemotiveerde deelnemers in de groep die voor mij de lat weer heerlijk hoog leggen. En dan staan ze gelijk ‘aan’.

Tot slot

Ik heb in mijn leven heel wat trainingen gevolgd en trainers gezien. Ik moet zeggen, de meeste herinneringen heb ik aan trainingen die ik zo slecht vond.. En de inhoud? Ik heb geen idee meer. Ik heb maar weinig trainingen gevolgd waar ik meegevoerd werd, waar ik gepakt werd. Sterker nog: ik denk dat ik nu 1 trainer heb meegemaakt die het gelukt is. Een toptrainer. En ook daar bleek dat we een match hadden. Dus ik denk dat ik met mijn ingrediënten wel goed zit. Ik zal ze binnenkort eens uitwerken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *