Social distancing – laten we elkaar helpen

Vanochtend bracht ik mijn zoon naar het station. Zijn fiets was kapot en ik had de tijd. Onderweg hadden we het over de plek om daar te schuilen tegen de regen. Hij vertelde dat er nauwelijks ruimte was: op het perron waren maar 2 schuilplekken en het gebouw bij het station was gesloten.

Ik vertelde hem dat dit jaren een videotheek is geweest, nadat het ooit een bemand loket en wachtruimte was voor de passagiers. Een videotheek. En dat zette mij aan het denken. Hij kent geen videotheek. Hij heeft de ervaring niet van het zoeken naar een genre, zoeken naar leuke titels en naar huis gaan met een VCR-videoband, die je de dag erna weer in moet leveren.

Streaming is ‘the main thing’.

Ik dacht verder: de videotheek was altijd wel een moment om even te neuzen. Er waren meer mensen en het was ergens wel een sociale plek. Net als bij ‘Entjes’ door cd’s bladeren of cd’s luisteren aan de balie.

Toen dacht ik aan de bibliotheek. De plek waar ik uren rondhing toen ik jong was. Ik zocht leuke titels maar ik kon ook tijden in tijdschriften lezen, zoals Oor, over de laatste muzikale trends. Het enige wat ontbrak, wat ik me nu bedenk, is een koffie corner. Ik kwam er wekelijks om boeken te ruilen, boetes betalen 🙈 en te lezen.

Muziekles was ook zoiets. Ik moest op muziekles. En dat begon in mijn tijd met blokfluiten. Ik heb zelfs 2 diploma’s. De reis was 500 meter, maar ik moest er wekelijks naar toegesleept worden: ik vond het vreselijk. Maar toch, je was bij elkaar, en deed 2x per jaar een optreden. Zie je het voor je? 12 blokfluitende kinderen in het MCC op het podium? Het MCC is ondertussen gesloopt. De historie is verdwenen.

Een tijd later ging ik met een goede vriend biljarten. Elke donderdagavond. Ik was ongeveer 18. We hadden een cafe ontdekt, vlakbij de Puntbrug. Er waren vaste stamgasten die ons begonnen te herkennen, en wij zaten braaf aan de cola een paar potjes te spelen. Later ging ik met een andere vriend op de fiets naar Ommen. Om het ‘stoerdere’ poolbiljart te spelen. En de cola was ingeruild voor bier.

Door de digitalisering is het sociale samenzijn al minder geworden. Alles is streaming geworden. Elk nummer kan ontdekt worden bij Apple Music of Spotify. Elke film is te vinden op Netflix of Videoland. Een boek lenen bij de bieb? Old skool: je download via BOL.com of via de bieb. Thuis.

De afstand vergroot door de digitalisering. Letterlijk en figuurlijk. De jeugd groeit ermee op en generatie Z is eraan gewend. Een natuurlijk proces? Ik denk het – al zie je wel steeds meer bewegingen en ontwikkelaars om dingen weer samen te beleven.

Nu corona rondwaart worden we extra hard getroffen. Want de dingen die normaal waren, zijn ook ineens gestopt. Sport, het cafe, thuis afspreken: elk sociaal element is geïsoleerd.

Waar de overgang van de bieb en de videotheek natuurlijk ging door de digitale ontwikkeling, worden we nu keihard geraakt in ons sociale element. En dat voelen we. Dat voelen de kinderen.

Opa en oma zijn op afstand. In de winkel dragen mensen een mondkap, op school is een mondkap verplicht tijdens het verplaatsen. Het OV? Mondkap, op vakantie? een negatieve ervaring.

Het maakt kinderen bang en volwassenen tegendraads. Iedereen wacht tot corona over gaat. Logisch, want zo denken we. We denken dat we door even te ‘bukken’ alles over gaat.

Ik denk dat wij ons moeten richten op een nieuwe maatschappij. Een die bewust wordt dat wij sociale wezens zijn, en ons misschien wat minder op moeten laten slokken door het gemak van de digitalisering. En ons moeten richten om elkaar zoveel mogelijk te blijven ontmoeten. Op 1,5 meter afstand.

Wij, als volwassenen, hebben daar een belangrijke taak in: Want wij weten hoe het was voor alle digitalisering. Wij moeten de jeugd daarbij helpen.

Want waar niemand gelukkig van wordt, is het opsluiten in de eigen bubbel.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *