Een ander helpen

6.45 uur. Ik loop buiten met de hond. Het regent zachtjes en de natte slappe sneeuw splasht onder mijn kisten. De hond vindt het maar niets en is niet vooruit te branden. Als ik bij de weg kom, zie ik bij een lantaarnpaal een mevrouw in een elektrische rolstoel met 2 honden. Ze staat stil. Ik zie dat er iets niet in orde is, bind mijn hond vast aan het hek en loop er naar toe.

“Kan je me helpen? Ik zit vast in de sneeuw.” De rolstoel is zwaar en terwijl zij gas geeft duw ik. Haar banden slippen. Dan maar achteruit en dat werkt. Ze is ontzettend blij – ze zat er al een tijdje. Ze bedankte me en reed om. Een uurtje later kreeg ik een bericht dat ik getagd was op Facebook. Dat hoeft dan ook weer niet hoor. Je helpt mensen toch? Dat is toch de normaalste zaak van de wereld?

8:20 uur. Ik ben laat en jaag m’n jongste op om haar fiets te pakken. Gezellig keuvelend fiets ze naast me, af en toe sneeuw ontwijkend. Op een gegeven moment zie ik een jongetje staan, naast zijn fiets. De tranen staan in zijn ogen. Zijn zus staat een paar meter verderop. Ik vraag mijn dochter om even te stoppen en ik stap af. Ik loop naar de jongen toe en zie wat er aan de hand is. Hij snikt dat de ketting eraf is. Wat een onmacht. Ik stel hem gerust en vertel hem dat ik alles van fietsen weet (nou ja.. dat valt wel weer mee, maar ik wil hem hoop geven) en neem de fiets van hem over. De ketting is verroest. Met mijn handen pak ik de ketting en een trapper en met de standaard wip ik het achterwiel omhoog zodat ik het tandwiel rond kan draaien zodat de ketting er weer op glipt. Smerige roesthanden maar een fiets die werkt en een jongetje wat straalt. Ik vertel hem dat zijn vader de ketting moet smeren, maar ik vrees dat die boodschap niet overkomt.

Mijn dochter straalt ook. “Wow pap, wat goed dat jij dat jongetje geholpen hebt! Jij mag je vingers wel aan mijn jas afsmeren hoor” Ik lach. Heerlijk. De rest van de rit hebben wij het over ‘anderen helpen’.

De bel is al gegaan als we aankomen. Het jongetje is met zijn zusje al bij de deur zie ik. Ik stap af, geef m’n dochter een zoen en zie haar het schoolplein op huppelen.

Een ander helpen. Dat doe je toch gewoon? En ergens gaat er toch door m’n hoofd: Stel dat we dat jongetje niet geholpen hadden. Wat zou dat gedaan hebben met mijn dochter? Zou ze het gemerkt hebben? Zou ze het signaal opgepakt hebben dat onze prioriteit ligt bij onszelf: op tijd komen voor school?

Ik doe het niet voor m’n dochter, maar stiekem vind ik het wel fijn dat ze het meegemaakt heeft. Om misschien ook onbewust mensen te helpen.

Ik ben benieuwd wat me vandaag nog meer te wachten staat. Het maakt mij tenminste blij.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *