De kip of het ei

Ik heb een elektrische gitaar gekocht. Of beter: weer een elektrische gitaar. De vorige heb ik zo’n 17 jaar geleden verkocht, omdat ik er nooit meer op kon spelen: ik woonde in Zwolle toen ik die gitaar kocht, naast mijn akoestische.

De akoestische had ik van mijn vakkenvulgeld gekocht, toen ik nog bij mijn ouders woonde. Een goeie vriend in het dorp leende mij zijn gitaar voor een paar weken, om het gewoon eens te proberen. Ik vond het fascinerend, want verder dan mijn tweede blokfluitdiploma was ik nooit gekomen. De snaren deden pijn aan mijn vingers: het was een western gitaar met metalen snaren. Achteraf gezien niet de makkelijkste om op te leren spelen, maar wist ik veel. Na die paar weken stapten wij in de auto, op weg naar Rijssen (of Enter) om een eigen gitaar te kopen. Mijn Ibanez, die sindsdien altijd met mij meeverhuisd is.

Henri speelde al veel langer, had ook in een bandje gespeeld en kende veel nummers van de Pixies, Nirvana, Pearl Jam en Bettie Serveert. Het alternatieve rock genre. Ik vond het prachtig en leerde langzaam aan de akkoorden. En dan wordt gitaarspelen echt magisch.

Ik verhuisde naar Zwolle, waar ik samen met Henri en een vriendin een flatje betrok. Tja, dan is het makkelijk om even uit de boeken te springen en in de woonkamer samen te jammen. Toen kwam ook het moment dat ik wel een stapje ‘verder’ wilde: een elektrische gitaar. De broer van Henri had toevallig een versterker over die ik kon overnemen voor een prikkie en ik kocht een goedkope elektrische gitaar. Aangestoken door de opkomende band Skik begon ik te experimenteren. In stilte.. want de bovenburen waren al helemaal klaar met ons gitaarspel. Sterker nog: een aantal jaren geleden ontmoette ik mijn bovenbuurvrouw. Ik herkende haar niet, maar zij mij wel. En nog was ze duivels.

Henri verliet na een jaar het huis en ging naar Wierden om een andere studie te doen. Ik was mijn maatje kwijt. Ik kwam een tijdje daarna in contact met een andere bovenbuur: een jongen die ook op Windesheim studeerde – maar dan totaal iets anders. Hij speelde ook wat gitaar en zo zochten wij elkaar op. We gingen zelf liedjes schrijven. In die tijd nog met een cassettebandje. En we hadden de eeuwige discussie: gaan we eerst een tekst bedenken, of bedenken we eerst met de akkoorden een lied. We kwamen er niet uit. Ondertussen sloot er ook een drummer aan, en zo togen wij naar Hedon, waar we vrijdag ‘s middags een uurtje een oefenruimte huurden. We oefenden covers en meden het ‘eigen nummers’ schrijven. Want de ervaring om versterkt, met drum vol te kunnen spelen was al fantastisch. De drummer vertrok op een gegeven moment en zo doofde ons ‘bühne’ avontuur. Ik studeerde af, Johan ook en we gingen elk onze eigen weg. 1x heb ik voor publiek gespeeld: ik scheet 7 kleuren… want ik was de enige ‘muzikant’ en de dames van mijn afstudeergroep hadden bedacht dat ik maar een nummer ging spelen (Het is een Nacht) en dat zij daar een tekst op zouden bedenken. Hoe origineel 😉

Ik nam mijn gitaren mee naar mijn bovenkamer in De Bilt, waar ik absoluut niet mocht spelen. Maar de leerlingen in mijn groep waren des te blijer dat er een gitaar voorin de klas stond. Van De Bilt verhuisde ik naar een flatje in Utrecht waar ik mijn electrische gitaar niet kon gebruiken, en waar mijn Ibanez eigenlijk stof stond te happen: mijn toenmalige relatie kon de gitaar niet waarderen. Toen ik alleen in Zeist terecht kwam, in een nog kleiner appartement, toen was ik er wel klaar mee. Ik verkocht mijn elektrische gitaar. Met pijn, maar met het idee dat een ander er misschien wel plezier aan zou kunnen beleven. Mijn Ibanez – daar kon ik af en toe nog zachtjes op tokkelen. Maar nooit kwam ik er aan toe om zelf een nummer te schrijven.

En nu. Nu woon ik ruim. Mijn zoon ontdekte op een gegeven moment mijn gitaar en was, net als ik vroeger, gefascineerd door de tonen. Hij wilde gitaar leren spelen en zodoende ging hij op les, en oefenden wij samen het huiswerk. Helaas… het huiswerk werd steeds meer een crime en op een gegeven moment, na een jaar, heeft hij zijn gitaar aan de wilgen gehangen.

Ik weigerde om hem mijn blokfluit avontuur te laten ervaren.

Mijn gitaar begon nu ook weer te verstoffen. Want ik mocht best gitaarspelen in huis, maar ergens ver weg.

Regelmatig, als ik een gedichtenbundel las, of iets van poëzie, dacht ik na over het maken van nummers. Want ik vind de gedachte achter de tekst van een nummer heel interessant. Ik zoek vaak de betekenis op. En vaak zijn de teksten persoonlijker dan je zou denken.

Dit jaar was een turbulent jaar. Ook als corona er niet zou zijn. Ik zou er graag over schrijven. Ha, dat doe ik ook – maar dan niet in ‘dichtvorm’ of in de vorm van een nummer, waar je extra ’emotie’ in de tekst kan leggen.

Afgelopen woensdag bracht ik mijn dochter naar muziekles. De laatste muziekles op deze locatie. De muziekschool stopt. Tijdens het wachten liep ik rond en sprak ik de eigenaar van de muziekschool. Hij was nog bezig met de laatste spullen te verhuizen. En toen zag ik de gitaar. Een Fender. Ik durfde er eigenlijk niet over te beginnen, maar deed het toch. En voor ik het wist, was ik de eigenaar van mijn nieuwe tweedehands elektrische gitaar.

En nu? Nu zit ik boven op mijn kamer. Niemand heeft last van mijn gitaar, want deze versterker heeft een koptelefoon uitgang. Ik moet het weer helemaal oppakken. Herinner me flarden van nummers. Het doet de ‘oude’ tijd weer herleven, de nummers die ik met Henri speelde. Ik weet nog dat ik akkoorden in een rode kartonnen opbergmap heb.. maar waar die staat?

En vanavond.. had ik de akkoorden – maar niet de tekst. Ik ben er nog niet uit: eerst schrijven of eerst spelen?

Geplaatst in

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *