De keuzes die je maakt

Ik trek m’n jas aan, met hulp van mijn jongste. De route naar de achterdeur, vanaf mijn bed, was een tergend langzame en voorzichtige. En dan realiseer je je pas hoeveel handelingen je doet op die 20 meter en sterker: welke andere keuzes je moet maken. Naar de wc, onderbroek naar beneden, weer omhoog, tandenborstel pakken, tandpasta, tandpasta op de tandenborstel, met links poetsen, de kraan open en dicht draaien en dan een shirt aantrekken: eerst voorzichtig met het hoofd en de linkerarm, nee dat wil niet, hoofd eruit en starten met de rechterarm, linkerarm, hoofd. Met 1 arm en voorzichtig in een joggingbroek. Eerst maar de rechterkant en dan links. En compleet stijf en pijnlijk de trap af. Bij de achterdeur gekomen komt mijn jongste beneden. Ze wil me helpen, rent naar boven en is binnen 1 minuut weer terug. Zo snel heb ik haar nog nooit aan zien kleden. Nou ja, dat heeft ze ook niet gedaan, want ze heeft nog steeds haar pyjama aan. Geen idee wat ze gedaan heeft. Of ze met de pyjama naar buiten mag. “Want het is toch donker, niemand ziet het”. Ik lach. De jas is aan en ik vraag haar mij mijn muts op te zetten.

Ik ben gevallen. De grond was hard bevroren en het bos zat vol bandensporen geulen die hard opgevroren waren, kleine plasjes die dicht zaten en karrensporen met aan beide kanten ijs. Het was daardoor een hele technische rit. Waarbij je constant keuzes moet maken. Het gaat soms heel langzaam, omdat je niet weet hoe de ondergrond reageert: zak je er in weg of glij je er op weg? Hoe hard is een bandenspoor als ik er per ongeluk in zit? Het is kijken en inschatten.

Normaliter kijk je zo’n 20 meter vooruit en zit je in het achterwiel van je voorligger. We rijden in een treintje door het bos. Nu moet je wel afstand nemen, want waar je normaal gesproken erop vertrouwd dat de voorste de juiste beslissingen neemt (qua uitwijken) kan dat even niet. Want dit is zo grillig.

De grond is lekker hard. Dat is superfijn fietsen. En op de rechte stukken halen we met gemak de 30 kilometer per uur in het bos. Slalomend over de karrensporen en in opperste concentratie.

En dat realiseerde ik mij pas echt, toen ik thuis op de bank lag. Je bent continu afwegingen aan het maken, beslissingen. En je weet bijna nooit wat de beste is. Want je kan de keus maar 1x maken en dan ben je er voorbij. Zo had iedereen wel tijdens de tocht dat hij vastliep in de modder, af moest stappen omdat toch het verkeerde uitwijkpaadje was genomen (soms van een paar centimeter breed, met links ijs en rechts een stijle rand van 20 cm) of in een pittige klim net de kant van de boomwortelen had uitgepikt.

Als je langzaam gaat heb je de tijd. Je ziet de situatie aan, kijkt wat je voorganger gedaan heeft en weegt af of dit handig is of niet. Want de situatie voor je is 1 ding, wat volgt daarop? Heb je net een ijzig stuk ontweken, dan kan het best zijn dat er direct een nieuwe uitdaging is en had je misschien daarvoor beter de andere kant kunnen pakken. Keuzes.

Erik Scherder zei het al in zijn mini college. Door te bewegen onderdruk je het gevoel van angst en negatieve emoties. Dus mijn frontale kwab en kleine hersenen werken kennelijk op volle toeren.

Op een recht stuk, buiten het bos, kwamen we op een breed karrenspoor. In de sporen lag ijs, op het iets hogere middenstuk soms wel en soms niet, en rechts en links waren al verharde stukjes waar anderen eerder overheen gegaan waren. Stukjes van een paar centimeter breed. We hadden snelheid en er was bijna een soort van cadans. Dat was heerlijk. Al zwierend over het pad, met die heerlijke harde ondergrond. De omgeving was prachtig wit van de vorst, de meertjes waren bevroren. Het was een en al beleving.

Op snelheid rijden.. Nou ja, voor ons dan he.. Op snelheid rijden vergt concentratie en het constant nemen van snelle beslissingen. Hele snelle beslissingen. Mijn voorganger ging rechts omhoog langs een bevroren stuk en ik zag 3 opties. Zijn pad, met daarnaast een draad. Linksom, maar dat was heel smal en middendoor. Dat leek me ene heel dun laagje ijs. Je kent het wel: zo opgevroren dat het een halve centimeter diep is en daaronder opgedroogd. Je krakt er makkelijk doorheen als je erop loopt.

Ik koos voor middendoor.

Het was geen dun stukje ijs. Maar dik en keihard. Ik voelde mijn voorwiel onder mij vandaan glijden, in slow motion. Volgens de achterliggers werd ik niet gelanceerd maar gewoon keihard op de grond gesmakt. Het voordeel wat ik eerder ervoer van de harde ondergrond keerde zich nu tegen mij. Terwijl iedereen om me heen stond en vroeg hoe het ging, was mijn focus op mijn Apple Watch. Fijn die valdetectie, maar ik heb een bevriende huisarts bij me, ik hoef nog even geen 112. Ik had geen pijn. Alleen een zere heup en elleboog. Pas toen ik omhoog geholpen werd, begon ik misselijk te worden en voelde ik mijn elleboog. Ik werd uitgekleed en had geen besef van de kou. De conclusie was: niet gebroken, maar het moet wel gehecht worden. Tja, en nu? We zaten op het verste stukje. Ik heb de tocht maar uitgefietst, ook om mijn heup maar in beweging te houden.

Op de bank, beurs en 6 hechtingen verder dacht ik aan die keuzes. Aan alle keuzes die je maakt en die anderen maken. Mijn achterligger had bijvoorbeeld niet mijn pad gevolgd en was rechts gegaan. Hij vertelde aan de keukentafel alsof het hele moment in slow motion ging. Hij zag mijn val, mijn hoofd, en moest in een split second bedenken hoe te reageren. Hij kon me ontwijken.

Het gaat me er nu niet om wat voor ‘wrak’ ik ben. Maar de ‘vrije’ keuzes die je elk moment van de dag maakt en de ‘gedwongen’ keuzes. Ik zit compleet vast. Mijn schouders zijn totaal verkrampt, mijn rechterbeen is een pijnlijke regenboog aan het worden en ik kan mijn arm maar in 1 stand houden. Ik word gedwongen na te denken bij elke handeling die ik doe. Het lijkt wel een onderzoek van Skinner rond zijn operanet conditionering. Waarbij ik niet beloond wordt maar gestraft door een pijnscheut.

1 foute beslissing. In een split second. Ach, de gevolgen hadden anders kunnen zijn. Als dit bijvoorbeeld gebeurd was in het bos. Een boom geeft niet mee.

Maar dan kies je er ook voor om minder hard te gaan. Dan lijkt het gevaar, de uitdaging anders.

Ik heb nu geen keuze. Ik zit aan de keukentafel en merk dat ik moet liggen. Vanmiddag moet ik weer stuiteren voor een online training. Dus ik kies ervoor om vanochtend even rustig aan te doen. Ha, eigenlijk heb ik die keuze niet.

Geplaatst in

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *